VERLIEFDE VERVREEMDING

  • SoundCloud - grijze cirkel

Suzie Hagens 0969966

Visual Culture

22-12-21

‘When you’re sad, you need to 

hear your sorrow structured into sound’
- Susanna Kaysen 

IMG_8410.jpg

‘Write the tale that scares you. That makes you

feel uncertain, that is uncomfortable.’

- Michaela Coel

 

 

 

Mijn doel tijdens de minor was om de woorden alienation, grieve en shame te gebruiken en te onderzoeken voor mijn project. Ik wilde het gevoel van vervreemding en dissociatie (wat vaak komt kijken bij een rouwproces) graag verwerken in mijn muziek. In klanken, in woorden, in zanglijnen; eigenlijk in de algehele sfeer. Na een paar weken merkte ik dat ik veel te veel bezig was met hoe deze ‘vervreemding’ moest gaan klinken, en te weinig met waar het stiekem om ging: mijn eigen rouwproces.

 

Maar goed, de eerste weken was ik dus vooral gefocust op hoe ik muziek vervreemdend kon laten klinken. En hoe weet ik überhaupt wanneer muziek of geluid als vervreemdend wordt ervaren? Dat is natuurlijk totaal persoonlijk, en daarom een mysterie voor mij. Zoals Atali schrijft: ‘Noise is the term for a signal that interferes with the reception of a message by the receiver, even if the interfering signal itself has a meaning for the receiver' (Atali). 

 

Dus ja, onmogelijk, denk ik dan. Want hoe kan je voorspellen hoe iemand anders iets tot zich neemt? Muzikant, onderzoeker en kunstenaar Mattin heeft hier ook over nagedacht: ‘In concert situations we can perceive the estrangement effect when there is some tension in the atmosphere. This tension is produced because there is a set of expectations that are not being met. At the same time, people project onto what is going on, but without having clear references. There is confusion but at the same time there is concentration’ (Mattin).

 

Achteraf gezien, had ik hier nog wel meer onderzoek naar willen doen. Meer spelen en experimenteren met geluid en stiltes, in plaats van ‘liedjes’ schrijven. Maar het is met een reden dat ik deze kant van mijn onderzoek even losliet en weer vanuit een ander oogpunt ging kijken naar vervreemding; wat bedoel ik en wat wil ik eigenlijk met mijn onderzoeksvraag beantwoorden?

 

Mijn muziek en persoonlijke interesse gaan over de vervreemding binnen liefde, over hoe je jezelf kan verliezen in de liefde, over hoe je na iemand te verliezen niet alleen rouwt om de ander, maar ook om jezelf. Om het stukje van jezelf dat je hebt moeten achterlaten om weer verder te kunnen gaan. Ik denk dat (de bewustwording van) het fenomeen vervreemding en dissociatie bij mij pas later kwam, achteraf, tijdens het muziek maken. Zoals Sussana Kaysen zo mooi verwoord: ‘When you’re sad, you need to hear your sorrow structured into sound' (Kaysen).

 

Ik merkte dat als ik op zoek ging naar de kern van mijn herinneringen, er al snel een gevoel van vervreemding ontstond. Dit omdat ik mezelf niet meer herkende, omdat ik de gevoelens van destijds nu op een andere manier kon ervaren; bijna als een observator in plaats van als de hoofdpersoon. Het was een manier waarop ik afstand kon nemen van de situatie en daardoor meer (soms pijnlijke) inzichten kon krijgen. 

 

Dit proces geldt ook binnen het muziek maken zelf. Als ik in mijn studio een idee opneem, met bijvoorbeeld mijn orgel en meerdere zanglijnen, dan kan ik er niet gelijk een oordeel over vellen, omdat het nog te dicht bij me staat. Ten eerste is het te recent, en ten tweede ben ik clouded, omdat ik het proces nog niet heb kunnen verwerken als een herinnering. Pas na een week of meer, kan ik de muziek van een afstand beluisteren en denk ik vaak; wauw wat mooi, heb ik dat gemaakt? Alsof ik weer een observator ben, in plaats van de maker. Alsof ik er vervreemd van ben geraakt. In die zin, kan deze definitie van vervreemding mij zeker helpen in m’n creatieve proces. 

 

Dat deed me denken. Kan ik deze vervreemding en de positieve gevolgen ervan niet ‘forceren’? Kan ik een manier verzinnen waardoor ik mijn kritische, bevooroordeelde blik kan verzachten en sneller terecht kan komen in het objectievere en vaak optimistischere manier van kijken?

 

In een periode van twee maanden heb ik de volgende methodes op mezelf getest:

 

  • Elke dag van de week ‘minstens’ tien minuten muziek maken, zonder specifiek startpunt, maar vanuit gevoel beginnen met ‘pingelen’.

  • Twee dagen per week muziek maken, elke keer dezelfde lyrics met uiteenlopende akkoorden/sounds begeleiden. 

  • Bewust kiezen voor nieuwe synthesizer-geluiden, begeleid door een metronoom, en gestructureerd en systematisch een song opnemen. Bewust kiezen voor ‘nieuwe’ onbekende geluiden en op die manier op zoek gaan naar een nieuwe sfeer.

 

Wat ik merkte was dat het voor mij eigenlijk het beste werkt als ik in het eerste gedeelte van mijn maakproces elke dag even muziek maak. Dit is ook praktisch, omdat ik op deze manier minder snel akkoorden of melodieën vergeet en ook omdat de drempel zo minder hoog is om te beginnen. Als ik me voor neem om 10 minuten muziek te maken, verandert dit al snel onbewust naar een of anderhalf uur. In de volgende fase is het wel goed om soms wat vaker afstand te nemen. Om bijvoorbeeld twee dagen per week muziek te maken en in die sessies te focussen op knopen doorhakken in plaats van experimenteren.

 

Ik merkte dat ik het meeste worstelde met mijn laatste voornemen om onder begeleiding van een metronoom en nieuwe synthesizer-geluiden een sfeer neer te zetten, omdat het relatief nieuw voor mij is om op deze manier te werken. Hierdoor kon ik minder intuïtief aan de slag omdat ik te veel gefocust was op het ritme, de nieuwe geluiden en de metronoom. Ik sluit niet uit dat ik in de toekomst meer op deze manier te werk ga, maar voordat ik hier ontspannen en intuïtiever mee aan de slag kan gaan, moet ik me hier eerst meer in ontwikkelen. 

 

Dan mijn tweede ‘probleem’: ik vind het verschrikkelijk om kunst over mezelf te maken. Tuurlijk, het gaat altijd over de maker zelf. Maar bij mijn projecten gaat het vaak indirect over mezelf. Ik baseer het op een ander, dan link ik diens verhaal aan mezelf, en door deze link te visualiseren, krijgt het een meer universele betekenis. 

 

Mijn ergernis bij werk maken over mezelf zit ‘m erin dat mijn onderzoeksveld beperkt blijft tot mijn eigen bubbel, mijn eigen ervaringen. En het daarom voelt alsof ik mezelf heel belangrijk vind. Oftewel, een gevaar van auto-etnografie: een benadering waarbij de ervaring van de auteur of maker centraal staat. ‘Tegenstanders zien deze methode als een vorm van narcisme en navelstaren’ (Müller). Ha! Dit beschrijft precies mijn oncomfortabele gevoel van wat ik ervaar bij deze manier van werken. 

 

Binnen auto-etnografie wordt er ook een onderscheid gemaakt tussen emotionele- en analytische auto-etnografie (Warner, Karner). Het verschil is dat analytische auto-etnografie wordt toegepast om meer te weten te komen over een bepaald onderwerp dat bij de emotionele versie minder van toepassing is en juist de persoonlijke ervaring van de onderzoeker centraal staat. 

 

Mijn oncomfortabele gevoel kwam niet alleen omdat het over mij ging. Ook omdat het over liefde gaat; over liefdesverdriet. En dan maak ik er ook nog eens muziek over; als een wandelend cliché. Achteraf gezien, zoals ik ook tijdens mijn presentatie vertelde, is dit niet zo zeer een project geworden dat ik op deze manier in de wijde wereld wil gooien, maar heeft het meer gefunctioneerd als een dagboek. Een plek waarin ik mijn gedachtes kon loslaten door ze vast te zetten, een plek waar ik ongegeneerd kon zoeken, muzikaal kon experimenteren en daardoor kon leren en groeien. In die zin behoort het tot op zekere hoogte tot analytische auto-etnografie, aangezien ik wel meer te weten ben gekomen over mezelf binnen dit onderwerp. 

 

Het lijkt soms nutteloos als ik zo veel tijd stop in een project dat ik niet eens publiekelijk wil delen of verkopen, maar zeker in deze tijden denk ik dat het juist heel waardevol is om juist je eigen kwetsbaarheid te onderzoeken, dit te kunnen uiten en een manier kan vinden om herinneringen te bewaren. 

 

Om terug te komen op mijn onderzoeksvraag ‘hoe kan ik vervreemding als hulpmiddel gebruiken in mijn creatieve proces van muziek maken?’ Als ik vervreemding zie als iets waardoor ik afstand kan nemen van een bepaalde situatie en zo meer de rol van een observator aanneem dan een maker, dan kan ik dit zeker als een hulpmiddel gebruiken. Hier kan ik ook mijn zelf onderzochte methodes voor toepassen. Maar als ik vervreemding definieer als iets persoonlijks, een bepaalde sfeer of een bepaald mystiek gevoel en dit hoorbaar wil maken, kan het me juist in de weg staan. Niet zo zeer omdat dit moeilijk te definiëren is, maar omdat ik dan ga invullen hoe iemand iets zal ervaren en daardoor te resultaatgericht te werk ga. 

 

Ik denk dat ik met deze inzichten dit muzikale project nog naar een ander level kan tillen. Hoe zou het zijn als ik mensen dicht bij mij zou interviewen over hun persoonlijke ervaringen binnen de liefde en ik met die verhalen weer in mijn studio kruip? Dan zou ik, om een bepaalde kwetsbaarheid en integriteit te visualiseren, bijvoorbeeld videoportretten kunnen maken waarbij diegene ‘zijn’ / ‘mijn’ liedje beluisterd. Op deze manier kan ik mijn eigen verhaal kwijt in een ander, en de ander zijn verhaal in mij. Zo ontstaat er een project wat niet alleen voor mij kwetsbaar is, maar ook voor de ander. 

 

 

 

 

 

Literatuurlijst

 

Attali, Jacques. Noise. Minneapolis, University of Minnesota Press, 1985.

 

Kaysen, Susanna. Girl, Interrupted. Boston, Little, Brown Book Group, 2000.

 

Mattin en Ray Brassier. Social Dissonance. UK, Urbanomic, 2021.

 

Müller, Thaddeus. “Voorbij navelstaren en narcisme”. Kwalon, 2011

 

Warren, Carol A. B. en Tracy Xavia Karner. Discovering qualitative methods. Field research, interviews, and analysis.Oxford, Oxford University Press, 2005.

Hoe kan ik vervreemding als hulpmiddel gebruiken in mijn creatieve proces van muziek maken?